Je kind is net 1 geworden en elke week lijkt er iets nieuws bij te komen: een wiebelig eerste stapje, een nieuw woord, een heel stellig ‘nee’. Dan wil je weten wat er tussen 12 en 24 maanden ongeveer te verwachten valt, en wanneer je iets bespreekt met het consultatiebureau. In dit overzicht van de ontwikkeling dreumes per leeftijd zie je wat veel kinderen doen rond 15 maanden, 18 maanden en 2 jaar, wat het consultatiebureau bij elk bezoek bekijkt, en welke signalen je niet laat liggen.
Kort gezegd: ontwikkeling dreumes van 12 tot 24 maanden
Tussen 1 en 2 jaar gaat een dreumes meestal van langs de bank schuifelen naar zelfstandig lopen en rennen, en van een paar losse woordjes naar de eerste zinnetjes van twee woorden. Elk kind heeft zijn eigen tempo. Loopt je kind met 18 maanden nog niet los, zegt het met 2 jaar nog geen tweewoordzinnen, of verliest het iets wat het al kon? Bespreek het dan met het consultatiebureau.
- Rond 15 maanden: eerste stapjes alleen, een paar woordjes naast ‘mama’ en ‘papa’, wijzen naar wat hij wil.
- Rond 18 maanden: loopt los, klimt op de bank, begrijpt simpele opdrachtjes zonder gebaar.
- Rond 2 jaar: rent, schopt tegen een bal, zegt zinnetjes van twee woorden, wijst lichaamsdelen aan.
- Altijd bespreken: een vaardigheid die verdwijnt, op elke leeftijd.
Ontwikkeling dreumes per maand: het overzicht
Deze lijst laat zien wat veel kinderen rond die leeftijd kunnen. Het zijn geen examens: sommige kinderen zijn eerder, andere later, en dat is meestal normaal. Het consultatiebureau volgt de ontwikkeling met het Van Wiechenonderzoek, dat in Nederland bij alle kinderen van 0 tot 4,5 jaar wordt gebruikt.
12 tot 15 maanden: eerste stapjes en eerste woordjes
- Bewegen: trekt zich op tot staan, loopt langs meubels, zet vaak rond 15 maanden de eerste stapjes alleen.
- Praten en begrijpen: zwaait dag, zegt ‘mama’ of ‘papa’ tegen de goede persoon, en daarna een of twee andere woordjes. Kijkt naar een bekend voorwerp als je het noemt.
- Spelen en contact: stapelt twee blokjes, doet andere kinderen na, laat je trots iets zien, geeft knuffels.
Hoe het eerste jaar daarvoor verliep, lees je in ontwikkeling baby per maand.
15 tot 18 maanden: lopen, klimmen en ‘zelf doen’
- Bewegen: van stapjes naar stevig lopen, klimt op en af de bank, probeert met een lepel te eten.
- Praten en begrijpen: zegt een paar losse woordjes, en het begrijpen gaat sneller dan het praten. Volgt een simpele opdracht zoals ‘geef maar aan mama’, zonder dat je wijst.
- Spelen en contact: doet je na bij klusjes in huis, wijst om je iets interessants te laten zien.
Nu je dreumes overal bij kan klimmen, is het een goed moment om je huis opnieuw na te lopen op traphekjes, stopcontacten en kleine voorwerpen.
18 tot 24 maanden: rennen, praten en grote gevoelens
- Bewegen: rent, schopt tegen een bal, loopt een paar treden de trap op met hulp, eet zelf met een lepel.
- Praten en begrijpen: bij veel kinderen komen er nu snel woorden bij, en rond 2 jaar de eerste zinnetjes van twee woorden, zoals ‘meer melk’ of ‘papa weg’. Wijst lichaamsdelen aan als je ernaar vraagt.
- Spelen en contact: merkt het als iemand verdrietig is, speelt met meer dingen tegelijk, kijkt naar jouw gezicht om te zien hoe hij iets nieuws moet vinden.
Driftbuien horen bij deze leeftijd: je dreumes wil meer dan hij kan zeggen. Hoe de woordjes zich ontwikkelen, lees je in eerste woordjes van je baby.
Wat het consultatiebureau bekijkt op 14 maanden, 18 maanden en 2 jaar
In Nederland heeft het consultatiebureau (de jeugdgezondheidszorg, JGZ) in het tweede levensjaar een paar vaste momenten. Zo weet je wat er komt en kun je je vragen voorbereiden:
- Rond 14 maanden: de vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma tegen bof, mazelen en rodehond (BMR) en tegen meningokokken ACWY, plus aandacht voor eten, spelen en opvoeden.
- Rond 18 maanden: gezondheid, taal, sociaal gedrag en vragen over opvoeden, eten en zindelijkheid. Afhankelijk van je regio is dit een consult, een huisbezoek, een inloopspreekuur of een groepsbijeenkomst.
- Rond 2 jaar: een ontwikkelingsonderzoek naar bewegen, spelen, communicatie en zelfstandigheid. De JGZ-richtlijn Taalontwikkeling kijkt dan onder meer of je kind zinnetjes van twee woorden zegt en lichaamsdelen kan aanwijzen. Gaat dat nog niet, dan volgen er extra vragen en zo nodig een herbeoordeling of een verwijzing, bijvoorbeeld naar een audiologisch centrum om het gehoor en de taal te laten onderzoeken.
Woon je in Vlaanderen? Daar kun je voor dezelfde opvolging gratis terecht bij een consultatiebureau van Kind en Gezin.
Zo bereid je het bezoek voor
- Schrijf een week lang op wat je kind nieuw doet: woordjes, gebaren, spelletjes, hoe het loopt.
- Noteer wat je opvalt of wat je twijfel geeft, ook als het klein lijkt.
- Neem een filmpje mee van iets wat je kind thuis wel doet maar op het bureau misschien niet laat zien.
- Vraag aan het eind wat je de komende maanden kunt verwachten en wanneer je moet terugbellen.
Zo help je je dreumes in zijn ontwikkeling
- Praat de hele dag mee: benoem wat je ziet en doet (‘Jij hebt de rode beker!’) en wacht even, zodat je kind de kans krijgt om te antwoorden.
- Lees elke dag samen: wijs plaatjes aan, vraag ‘Waar is de hond?’ en laat je kind zelf bladzijden omslaan.
- Geef ruimte om te bewegen: veilig lopen, klimmen, duwen en trekken, en elke dag even naar buiten.
- Laat het zelf proberen: zelf eten, helpen opruimen, een arm in de mouw steken. Het duurt langer, maar het bouwt vaardigheid en zelfvertrouwen op.
- Houd ritme in de dag: vaste momenten voor eten, slapen en bedtijd geven je dreumes het veilige gevoel om op ontdekking te gaan. Zie ook bedritueel per leeftijd.
Denk je al aan de wc? Daarover lees je meer in zindelijk worden. Meer artikelen over groeien en leren vind je in onze gids over ontwikkeling.
Wanneer naar de huisarts of het consultatiebureau?
Twijfel je, wacht dan niet tot het volgende vaste bezoek. Je kunt het consultatiebureau altijd bellen, en bij ziekte bel je de huisarts. Neem contact op als je kind:
- iets verliest wat het al kon, zoals woordjes, wijzen of lopen, op welke leeftijd ook;
- met 18 maanden nog niet zelfstandig loopt;
- rond 18 maanden niet wijst om je iets te laten zien en nog geen woordjes probeert te zeggen;
- met 2 jaar nog geen zinnetjes van twee woorden zegt;
- niet reageert op zijn naam of op geluiden, of simpele opdrachtjes niet lijkt te begrijpen;
- weinig oogcontact maakt of weinig interesse toont in mensen;
- duidelijk anders lijkt te bewegen of te spelen dan leeftijdsgenootjes, of jij als ouder het gevoel hebt dat er iets niet klopt.
Is je kind ziek, bijvoorbeeld met hoge koorts, en is het opeens suf of slap? Bel de huisarts, buiten kantoortijd in Nederland de huisartsenpost. Bij een noodgeval bel je 112. Zie ook wanneer naar de huisarts met je kind.
Veelgestelde vragen
Mijn dreumes van 18 maanden loopt nog niet: moet ik me zorgen maken?
Veel kinderen lopen rond hun eerste verjaardag, maar er is een brede marge. Loopt je kind met 18 maanden nog niet zelfstandig, dan is dat een reden om het te bespreken met het consultatiebureau. Vaak is er niets aan de hand, maar het is goed om mee te laten kijken.
Mijn dreumes van 18 maanden praat nog niet: is dat normaal?
Op 18 maanden zeggen veel kinderen een paar losse woordjes, en begrijpen ze al veel meer dan ze kunnen zeggen. Woordjes hoeven niet perfect te klinken: ‘ba’ voor bal telt mee. Zegt je kind nog helemaal geen woordjes en wijst het ook niet, bespreek dat dan met het consultatiebureau. Dan kan ook het gehoor worden bekeken.
Wat doet een dreumes van 15 maanden?
Rond 15 maanden zetten veel kinderen hun eerste stapjes alleen, zeggen ze een of twee woordjes naast ‘mama’ en ‘papa’, en wijzen ze om iets te vragen. Ze stapelen twee blokjes en doen andere kinderen na. Kan je kind nog niet alles uit dit lijstje, dan is dat op deze leeftijd meestal nog normaal.
Horen driftbuien bij een dreumes van 18 maanden?
Ja, dat is heel gewoon. Je dreumes wil steeds meer zelf, maar kan nog niet goed zeggen wat hij wil of voelt. Blijf rustig, benoem het gevoel (‘Jij bent boos, je wilde nog spelen’) en houd vast aan je grens. Bespreek het met het consultatiebureau als de buien heel vaak komen, lang duren of je het zwaar vindt.
Is het normaal dat een dreumes iets weer verleert?
Een korte pauze in iets nieuws, bijvoorbeeld tijdens ziekte of een grote verandering, kan gebeuren. Echt verliezen van woordjes of vaardigheden die je kind al had, is geen normale fase. Bespreek dat snel met het consultatiebureau of de huisarts.
Bronnen
- Nederlands Jeugdinstituut / NCJ: Van Wiechenonderzoek (VWO)
- JGZ-richtlijnen (NCJ): Signaleringsoverzicht en samenvattingskaart richtlijn Taalontwikkeling
- RIVM: Rijksvaccinatieprogramma, vaccinaties op 14 maanden
- Kind en Gezin / Opgroeien: consultatiebureaus voor kinderen tot 3 jaar
- CDC: Milestones by 15 Months, 18 Months and 2 Years (aanvullend)
Dit is algemene informatie en geen medisch advies. Maak je je zorgen over de ontwikkeling van je kind, neem dan contact op met het consultatiebureau of de huisarts.
